Brussel bestrijdt ‘verlies van biodiversiteit’ terwijl EU-soortenrijkdom groeit

Reuzenbalsemien uit de Himalaya, verrijkt onze flora

In ons boek Ecomodernisme, het Nieuwe denken over Groen en Groei schreef ik al wat het oktober verschijnende ‘Effective Conservation Science, Data not Dogma’ (Oxford University Press) bevestigt: lokaal en regionaal neemt de soortenrijkdom vaak toe sinds 1500. Ook in Europa kwamen er 1621 plantensoorten bij sinds 1500 (Winter et al, PNAS 2009), de zogenaamde Neo-fyten, terwijl maar 69 soorten verdwenen.

Terwijl het aantal soorten dus regionaal en lokaal vaak toeneemt, wil de Europese beleids-bureaucratie vanuit Brussel een ‘loss of biodiversity’ bestrijden. Dit vanwege de Convention on Biological Diversity (CBD/Agenda 21) van de Verenigde Naties/UNEP.

Maar dat verlies waar de CBD op doelt, dat slaat vooral op mondiaal verlies van ongeveer 900 soortjes, die op de IUCN Rode Lijst staat voor bedreigde diersoorten. Daarop staat nu nog slechts 3-4 procent van alle bij de wetenschap bekende soorten beschreven. Een derde daarvan is echt bedreigd. Zoals Maria Dornelas in 2014 ook al in Science vaststelde, is er geen ‘net loss’ van biodiversiteit in de meeste regio’s, op veel plaatsen zie je juist een toename van soorten.

De samenstelling van soorten verandert, (turnover heet dat) maar het aantal soorten neemt vaker niet dan wel af. Conversie van natuur in menselijke natuur hoeft ook niet uniform slecht te zijn. Wanneer je een bos kapt en er een stadstuin van maakt, krijg je op lokale schaal ook meer soorten. In een Britse burgertuin komen wel 100 plantensoorten voor op een oppervlak, waar bij een vergelijkbaar oppervlak aan bos van tien bij tien meter 10 plantensoorten zouden voorkomen.

Het beleid gaat uit van het dogma dat soortverlies de norm is, en dat ‘ecosysteemdiensten’ daardoor zouden afnemen.

In Nederland kwamen er ook meer dan 100 plantensoorten bij vanaf 1900. Dat zijn vooral soorten die hier komen vanuit andere Europese landen. Neemt in een EU-land het aantal soorten toe, dan kwam daarvan sinds 1500 liefst 53 procent uit een ander Europees land, zo beschreef Winter al.

Die gaan we zeker kopen…

Vellend velt dogma biodiversi-establishment
Een van de auteurs is Mark Vellend. Hij werkt samen met Dov Sax, wiens publicaties in The American Naturalist en Trends in Ecology and Evolution ik al citeerde. Sax onthulde met collega Gaines in 2002 tot ongenoegen van biodiversiteit-activisten, dat op eilanden als Nieuw Zeeland, Hawaii en vele andere eilanden de soortenrijkdom in plantensoorten en vogelsoorten dramatisch toenam.

Dat kwam dankzij introductie van nieuwe soorten uit Europa, Amerika en andere delen van de wereld. Zijn boodschap onderbouwt Vellend met een stand van zaken-artikel (data en studies) in een prachtig review-artikel in The American Scientist. In 2 zinnen luidt die boodschap

  1.  er is geen universele afname van soortenrijkdom te zien op lokaal en regionaal niveau, ook al nam globaal het aantal soorten ietsjes af
  2. ‘De aanname dat ‘meer soorten’ gelijk staat aan ‘beter functionerende ecosystemen’ is niet getoetst aan de praktijk op lokale en regionale schaal. .

Daarnaast, op blz 8:

And nonnative species are not always the enemy, contributing sometimes in important ways to local and regional biodiversity as well as ecosystem services such as food and fiber production. The grasses and legumes that feed livestock in North America were mostly introduced from other continents (primarily Europe and Asia), as were the livestock themselves.

Zwartbekgrondel, in 2004 hier in opmars, komt uit de Zwarte Zee-regio, Ellen Mookhoek heeft er recepten voor… nieuwe diersoorten kunnen soms wel vervelend zijn voor inheemse fauna, meer dan plantensoorten

Het punt is nu dus: ‘biodiversiteit’-beleid dat ‘soortenrijkdom’ placht te vergroten, en dat- zoals Brussel nu wil- exoten wil uitroeien, dat verliest zo een argument op lokaal en regionaal niveau. Want zoals Sax & Gaines zich al afvroegen in hun publicaties in 2002 en 2003: wat gebeurt er dan met het functioneren van ecosystemen als het aantal soorten dramatisch toeneemt?

Vellend’s boodschap is zacht gezegd niet welkom bij het biodiversi-establishment, zo ondervindt hij. Zijn werk zou de politieke agenda van natuurbeschermers maar ondergraven, die propageren dat vroeger alles beter was, meer soortenrijk .

En dus: dat ecosystemen toen ook ‘beter’ functioneerden, omdat er een directe relatie zou bestaan tussen ‘zoveel mogelijk soorten die er vroeger waren’ en ‘diensten’ die ecosystemen leveren als voedsel. Dat dogma is de fundatie van Europees beleid en van de Verenigde Naties/UNEP. Zie maar

De reuzenberenklauw, onmisbare aanwinst voor onze natuur en voor vele bijen, zweefvliegen en andere insecten. Exoot uit Oost Europa.

Twee Dogma’s bij het vuil

  1. De Convention on Biological Diversity (1992) van de Verenigde Naties promoten een ‘loss of biodiversity’. Op die veronderstelling is het Nederlandse en Europese beleid gebaseerd.Dat verhaal verkocht het Planbureau voor de Leefomgeving immers ook met milieuclubs en ecologen, zoals ik beschreef in Sjoemelnatuur. Maar dat verlies treed alleen op globaal niveau op, niet lokaal. Om die ‘loss of biodiversity’ te stoppen (het Aichi Target voor 2020) kwam Brussel in 2009 met haar anti-exotenbeleid in opdracht van de UNEP

    Het dogma dat het PBL er namens de overheid en de UNEP (Agenda 21) in ramt, het leunt niet op data zoals ik al constateerde in Sjoemelnatuur. Mark Vellend en collegae bevestigen dat

  2. Dat ‘meer soorten’ bijdragen aan een ‘goed functionerend ecosysteem’, je leest het overal. Een dogma- zoals in dit artikel ‘The Rise of the Idea of Biodiversity‘ (Libby 2011) beschreven- luidt vaak zo:

    Managers and scientists agree that more biologically diverse systems are more complex and therefore better able to withstand shock and change (Holling 1973). Ecosystem health and biodiversity are therefore seen to be mutually supportive.

    De hele aanname onder ‘resilience’ (veerkracht) van ecosystemen en het bestaan van ‘kantelpunten’, dat leunt op het ‘meer soorten is beter’-argument en ‘minder soorten dan stort de boel in’.  Nederlands ecoloog Wim de Vries, Marten Scheffer en andere ‘goden’ in het wereldje, beweren met de Zweedse ecoloog Johan Rockstrom in ‘A Safe Operating Space for Humanity’, dat er een ‘veilige grens’ voor biodiversiteit zou zijn overschreden.

De zeldzaamheden waar de biodiversiteit-activisten op doelen, die zijn vaak niet belangrijk voor de belangrijkste functies van ecosystemen, zoals bijenbestuiving van planten. Een paar algemene soorten knappen het werk op. En dan, als er in werkelijkheid juist MEER soorten komen, is het dan niet zo dat ecosystemen beter moeten functioneren als het dogma opgaat?

Het dogma, hier bij IMA Europe; minder soorten is minder ‘diensten’ van ecosystemen. Maar wat als er in werkelijkheid MEER soorten komen

De meeste exotische plantensoorten kunnen van de ‘invasieven’-lijst af, aldus Chris Thomas in de PNAS

Conclusie: het beleid gaat ondanks de wetenschap gewoon door
Zelfs Chris Thomas -die in zijn computer 1 miljoen (niet nader beschreven) soorten liet uitsterven door klimaatopwarming (Nature 2004)- die constateert in 2015 in PNAS: de exotische planten in de Britse flora zijn netto een verrijking, en vrijwel nooit een bedreiging voor de aanwezige flora. Door onderlinge competitie slagen die nieuwkomers er niet in om de oudkomers weg te concurreren. Dat is het mechanisme dat anti-exoten opvoeren als manier van uitsterven.

In de Global Invasive Species Database staan 3163 plantensoorten opgenomen, en 803 diersoorten. De aanname is dat die planten schadelijk zijn omdat ze inheemse watjes weg-ellebogen. Maar Thomas stelt voor dat veel plantensoorten dus van die lijst af kunnen. Ze zijn geen lokale bedreiging, want competitie doet andere soorten- in Groot Brittanie althans- niet uitsterven, zowel landelijk als op meer lokale schaal.

Exoten, erg lekker als kroket

De planten kun je vaak laten staan dus. En wat de dieren betreft, die kun je opeten, als dat geen ‘ecosysteemdienst’ is?….. Ellen Mookhoek gaf voor de Jagersvereniging nog een recept voor de sinds 2004 aanwezige zwartbekgrondel. Net als de Amerikaanse Rivierkreeft is die bijzonder goed te verteren, patat er bij en opsmikkelen.

Exoot in de netten, Chinese Wolhandkrab, lucratief voor de Chinese markt, hij levert waardevolle ‘ecosysteemdiensten’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *