Tasmaanse duivel heeft naam uit Lutjegast

Lutjegast

Het grootste vleesetende buideldier, de Tasmaanse Duivel is net als Tasmanie vernoemd naar de in Lutjegast geboren Abel Tasman. Op 3 december 1642 plantte Tasman een vlag op wat hij Van Diemen’s land noemde, naar de Gouverneur-Generaal op Batavia. Ik raakte toevallig in Lutjegast verzeild, en wist eerder niet dat het plaatsje bestond.

Laat staan dat Abel Tasman er was geboren. En U dacht dat de Duvel niet bestond? Wel, zelfs de Tasmaanse duivel bestaat, en daarom vandaag fotografische aandacht voor de geboortegrond van Abel Tasman en zijn ontdekkingsreizen.

Hij zeilde met de ‘Duijfken’ vanaf Batavia naar Mauritius, en pakte vervolgens de gunstige wind om zo onder Australie uit te komen. En daar vond hij Tasmanie, een eiland van ongeveer 3 maal Nederland’s oppervlakte.

Vervolgens bereikte hij ook het Zuidereiland van wat Nieuw Zeeland zou gaan heten. Vernoemd naar een andere zeevaarders-provincie, niet een persoon.

Die wil ik ook hebben, hardstikke interessant

Daar raakte Tasman even slaags met Maori-krijgers in hun kano’s, die hij met zijn kannonen een schot om de ori’s gaf. Volgens mij is dat ook de afbeelding die voorop het scheeps-journaal staat hierboven. Die Maori’s leefden ook nog maar vanaf het jaar 1000-1200 op dat eiland, ze kwamen van de Polynesische eilanden.

Die komst van de Maori’s was een ecologische ramp, zo blijkt uit bio-archeologisch onderzoek.

Zo roeiden ze de Moa uit, een soort struisvogel die nog uit de tijd stamde dat Nieuw Zeeland met ander land verbonden was: wel 10 tallen miljoenen jaren geleden. En daarmee verdween ook een soort reuzenarend, de Haast arend die van die Moa’s zou leven. Uiteindelijk zou ongeveer 40 procent van de vogelsoorten op Nieuw Zeeland dankzij die Maori’s verdwijnen.

En toch heet Nieuw Zeeland nu een vakantie-bestemming vanwege ‘ongerepte’ natuur….

Een lezer gaf de waardevolle tip, dat Tasman zijn scheepsjournaal net is her-uitgegeven. Dus vermelden we dat hierboven even, zo’n historisch hebbedingetje.

Rustiek op het gevaar af een dooie boel te zijn, het gehucht Lutjegast

Toch mooi, dat zo’n eenvoudige vent uit de Groninger provincie van ongeveer mijn leeftijd zo aan de andere zijde van de wereld kan geraken. Zulke ontdekkings-tochten waren toen gelijk aan een reis naar de maan. Je weet kortom nooit hoe raar een balletje kan rollen, van Lutjegast tot Tasmanie.

Tasman werkte voor de VOC vanuit Amsterdam, en die vond zijn ontdekkings-reizen niet al te succesvol.

Want hoewel hij Tasmanie en Nieuw Zeeland ‘ontdekte’ kwam er geen handel van zijn ontdekkingen. Pas een eeuw later toen James Cook voor de Britten op ontdekkingstocht ging werd het iets met de kolonisatie van die door Abel Tasman ontdekte gebiedsdelen.

Abel Tasman Hus

Tasmaanse Duivel
Wat ons brengt bij de Tasmaanse duivel. Dat is een vlees-etend buideldier van dik 10 kilo dat eerder ook op Australie voorkwam, maar dat door de dingo’s mogelijk uitstierf; de wilde honden van Aboriginals. Ook de Westerse kolonisten deden alles om die ‘duivel’ uit te roeien op Tasmanie, maar in 1941 werd hij uiteindelijk beschermd.

Je ziet dus dat er geen principieel verschil is tussen ‘natuurvolken’ en Westerlingen, mensen roeien altijd de dieren uit waar ze last van hebben. Dat doen de dieren onderling ook. Want had er een landbrug bestaan tussen Azie en Australie, dan hadden de zoogdieren de buideldieren verdrongen zoals op Java is gebeurd en Zuid Amerika.

Toen Noord- aan Zuid Amerika vastklonk een paar miljoen jaar terug, ontstond een ecologische verbindingszone. Zo staken de poema’s en andere zoogdieren over via Panama, waar ze (bijna) alle buideldieren uitroeiden via predatie en concurrentie. In Noord Amerika bleef al eerder maar 1 buideldier over, de opossum.

Nu lijkt die Tasmaanse duivel bedreigd door een tumor-ziekte aan het gezicht, vandaar het ‘Save the Tasmanian Devil’-programma. Misschien een gevolg van de eerdere uitroeiings-campagnes: dat de genetische diversiteit zo dun werd, dat je nu meer vatbaarheid voor ziekten krijgt.

Dat zie je ook bij de van uitsterven teruggefokte Europese bison, de wisent. Daarvan hebben de mannetjes nu vaak last van zere lul, als gevolg van inteelt en resulterende genetische effecten. Je zult ’t maar hebben.

De Tasmaanse duivel kan krijsen als een duivel, vandaar de naam. En zie hieronder ook die geeuw met zijn scherpe tanden… Omdat er op zowel Australie en Tasmanie nooit zoogdieren leefden, nam die ‘duivel’ dus de rol van top-roofdier in samen met de tot uitsterven gebrachte ‘Tasmaanse tijger’.

Het plaatsje Lutjegast is mogelijk wel 1 van de meest onooglijke gehuchten van Nederland, op de grens van het zeekleiland en de zandgronden van de Groninger en Friese Wouden. Je kunt er nu een wandelroute volgen, de Abel Tasman struuntocht. Die Groningers hebben al net zulke flauwe humor als ik:

Rond Lutjegast kun je een Abel Tasman-wandelroute maken

Je kunt precies de grens zien tussen de 2 landschaps-typen. Hier het singel-landschap gezien vanaf het Van Starkenborgh-kanaal, met daar op de achtergrond bij die megastal het gehucht Lutjegast:

OP de achtergrond Lutjegast

..en kijk je de andere kant van het Kanaal uit, dan zie je het zeekleiland waar ook de gaswinning plaatsvindt, met links Gerkesklooster en Stroobos met haar scheepswerf:

Van Starkenborgkanaal met links de scheepwerf van Stroobos (Friesland) en rechts de gaswinning

Even verderop in het zeekleiland loopt de Lauwers, een riviertje dat de natuurlijke grens vormt tussen het huidige Friesland en Groningen.

In Middeleeuwse historische verslagen spreken ze dan ook al van Westerlauwers en Oosterlauwers Vrieslandt. Groningen en Friesland heten bij de slag bij Heiligerlee (1568) ook nog Vrieslandt. Door een grotere Saksische invloed zou Groningen later minder Fries worden, net als de Saksische Stellingwerfen in Friesland.

De Lauwers, waarnaar de Lauwersmeer/zee is vernoemd

Hier deed ik mijn best, de Lauwers gunstig mogelijk af te schilderen.

Want net als het Koningsdiep/De Boorne – De Friese B en onze variant op de Drentse Aa– is dit watertje door menselijke ingrepen in slootjes opgedeeld, soms verdwijnt ie plots. Terwijl de Lauwers hier nog best romantische rivier-trekjes heeft, ontspringt hij verderop plots uit een kanaaltje.

De Lauwers

De Lauwers

De Lauwers met Visvliet op de achtergrond

Bij aankomst in Visvliet was ik net getuige hoe een sperwer in de vlucht een boerenzwaluw ving, om daarmee in zijn klauwen weg te vliegen. Dat zie je niet vaak, en ik vatte het op als teken van geluk. Dat is nu meer dan welkom.

Visvliet, de gevaarlijke buurt šŸ™‚

In Visvliet heeft de Zoutkamper garnalenkoning Heijploeg panden. En je vindt er dit kerkje uit de 18de eeuw met dodenakkertje in de ‘memento mori’-stijl: gedenk te sterven, als aansporing om je leven niet te vergooien. De man met de zeis bedoel ik dan.

Misschien is doodsangst dus wel een grotere levens-motivatie dan dat geforceerde ‘Carpe Diem’ ( = pluk de dag)-optimisme van de positivo’s.

Al kun je als overtuigd pessimist beide ook combineren: bij de dag leven, omdat je weet dat je toch dood gaat. En dat al die hoogvliegende plannen en ambities uiteindelijk toch geen enkele zin hebben, behalve het nut in zichzelf op de dag dat je ze uitvoert.

Of je nu hoog of laag springt, zo eindig je:

Kerkje Visvliet

Het is mijn ambitie op alle plaatsen geweest te zijn waar ik eigenlijk niets te zoeken had. Overal geweest zijn tot je er geweest bent, als beroeps-zwerver op pelgrimsreis van ergens naar nergens.

Visvliet is er zo’n plaats, die kunnen we nu afvinken. Wie is er nu ooit in Visvliet geweest? Of wie wist uberhaupt dat het bestond… Oordeel dus niet te snel dat iets niet ‘kan’ bestaan of dat het ‘onmogelijk’ is, enkel omdat je er nooit van had gehoord… Of omdat je het zelf niet eerder hebt meegemaakt.

Hoeveel heb je zelf niet meegemaakt, dat is toch veel meer dan wat je zelf wel hebt beleefd?

Wie wist zelfs maar dat Visvliet bestond?

Weer terug in het singel/slagen-landschap kom je zelfs terecht in Bombay. Ben je daar ook eens geweest.

Ook in de buurt; Bombay! Dat is weer in het slagen-landschap

…aan de ‘hier wil je dood niet liggen’-singel waar je een bijna-dood-ervaring krijgt. Wel kom je hier relatief veel fietsers en dagjesmensen tegen, voor zo’n afgelegen oord.

Het lijkt niet de meest welvarende streek

…voor als je bijna blut bent, dan kun je die laatste stuiver hier besteden aan goedkope woningen: Noord Friesland in Achtkarspelen

Dit gedeelte is dan net als Kollum de gemeente Achtkarspelen. Dat stuk Friese grondgebied viel in de Middeleeuwen onder het gezag van de bisschop van Munster, terwijl die van Utrecht het in de rest van Friesland geestelijk voor het zeggen kreeg.

…niet het meest welvarende deel van NL

En zo blijkt opnieuw de historie van het landschap de verbeeldingskracht toe te voegen die de natuur en architectuur er nu niet direct aan geven, in dit land op de grens van het slagenland en de klei. Net niet van allebei.

Zodat er aan armoedige zooi toch nog plezier valt te beleven, dankzij Abel Tasman zijn historie. Plots kijk je heel anders naar Lutjegast.

De zeeklei-dorpjes op terpen ogen welvarender met meer voorname oud-bouw, daar bracht de landbouw meer op. Ze hebben een oudere kerk die al in Katholieke tijden aanwezig was. Terwijl het slagenlandschap op de zandgrond treurnis troef was, met enkel gereformeerde tuchtiging.

Van armoe raak je ‘pissed off‘ en voor je het weet ben je overtuigd gereformeerd. Met het onderstaande Doezum als uitzondering op die regel.

De Vituskerk van Doezum uit de 12de eeuw, wel in het slagenlandschap, toch ouder en uitzondering op ee regel die je vaak ziet

Dus wat bepaalt nu wie mensen zijn en hoe ze leven?

Voor een groot deel is dat de natuur ter plaatse, de geografie. Arme grond maakt arme mensen, de ‘vrije wil’ speelt daar geen rol bij. Enkele getalenteerden als Tasman kunnen daar dan aan ontsnappen.

Wanneer alles in….. loopt

Nu door oneindig beschikbare fossiele energie en welvaart, is die connectie met de natuur terplaatse doorbroken. Als lokale cultuur vooral is gevormd door de (tucht van en beperkingen van) lokale natuur, dan betekent dat doorbreken vanzelf ook onstuitbare opmars van globale monocultuur.

Dus dat iedereen meer en meer hetzelfde wordt, wil, doet en denkt… Vrij van de ketenen van de natuur leert iedereen hetzelfde te willen. Is het dan nog vrije wil?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *