Het Fries Existentialisme: ‘Je mut toch wat’…

Waterzwangere wolken

Met een lucht vol waterzwangere wolken gingen we op pad richting het Mont Saint Michel van Fryslan, de 12de eeuwse Alde Toer. Die oude zadeldak met spits uit de 17de eeuw staat op een terpeiland in het Middelzee-landschap, dat de Cistercienzer monniken van de Abdij van Bloemkamp op de zee terugwonnen. Ze damden bijvoorbeeld een stukje tussen Easterwierum en Raerd af, en maakten daar Grazige Weiden van.

Het door depressies volgezogen Middelzeeland

Mensen kunnen treurig worden van de Herfst, de vallende blaadjes en K##-weer in het algemeen. En het is waar dat mooi weer, lekker buiten in de zon met een drankje al 50% scheelt in je levens-beleving. Maar wil je mooie stemmige plaatjes maken, wat komt er dan mooier van pas dan het warme najaarslicht, zware buien en depressies.

Dus zo stonden we hier even te dansen op deze misschien wel meest magische plek van Fryslan, waar ex-koningin Beatrix ook wel eens schijnt rond te struinen. Als ze met de Lemsteraak de Groene Draeck even een ommetje door ons mooie landje maakte.

De Alde Toer haar kerkhof

Ondertussen lezen we passages van de Deense predikent en filosoof Søren Kierkegaard (1813-1855). Die heet de grondlegger te zijn van het ‘existentialisme’. Dat betekent vooral dat hij sterk vanuit zijn persoonlijke perspectief schreef en filosofeerde, en niet meer algemene objectieve standaarden nastreefde.

Dus zeg maar zoals iedereen als modern individualist nu een beetje denkt en doet, die ‘zijn eigen waarheid’ heeft. Meestal zijn ‘existentialisten’ enorme negatieve zeikerds, neem ook Jean Paul Sartre waarvan ik ‘De Walging’ las.  Volgens mij ontleende Sartre de titel weer aan Friedrich Nietschze zijn ‘Aldus sprak Zarathoestra’. Daarin speelt Nietschze de verlichte geest, die uit de bergen afdaalt om tot het klootjesvolk te roepen dat God dood is, gestorven aan zijn mededogen voor mensen.

En dat mededogen met dat klootjesvolk, het moest maar eens afgelopen zijn volgens Nietschze. Zijn ‘walging’ kwam voort uit het moeten verblijven met mensen die hij minder achtte dan zichzelf.

In de zompige drek

Existentialisten werden zo rond de jaren ’50 vorige eeuw, de verwende Westerlingen met een zwarte koltrui en pijp die verzuchten dat hun leven zinloos is, en dat daarom het leven van iedereen dat ook moet zijn. Die attitude vind je al bij Kierkegaard. Lees je Of/Of, dan denk je vooral: wat kon Søren enorm zeuren…

‘Het resultaat van mijn leven wordt nul komma nul, een stemming een enkele tint. Het zal lijken op het schilderij van die kunstenaar die de doortocht van de Joden door de Rode Zee zal schilderen en te dien einde de hele muur rood verfde. Met de verklaring dat de Joden waren overgestoken en de Egyptenaren verdronken.

En

Wat is het leven leeg en betekenisloos,. Men begraaft iemand; men vergezelt hem naar de groeve, men werpt drie scheppen aarde op hem; men rijdt erheen met een rijtuig, men rijdt naar huis met een rijtuig; men troost zich met het idee dat men nog een lang leven voor zich heeft. Hoe lang is 7 maal 10 jaar helemaal?

Waarom maakt men niet korte metten met de hele zaak, waarom blijft men niet meteen maar op het kerkhof en gaat mee het graf in, en trekt lootjes wie het ongeluk zal treffen de laatste levende te zijn, die de laatste drie scheppen aarde werpt op de laatste dode?

En

Wat is uberhaupt de zin van dit leven? Waneer je de mensheid indeelt in twee grote klassen, dan kan kan men zeggen: de ene werkt om te leven, de andere hoeft dat niet. Maar werken om te leven kan niet de zin zijn van het leven; het is immers een contradictie dat het voortdurend scheppen van de voorwaarden het antwoord is op de vraag naar de zin van datgene wat met behulp daarvan mogelijk wordt gemaakt.

Het leven van de overigen heeft ook geen zin, behalve het verteren van de levensvoorwaarden.

Als een Friese Mont Saint MIchel

Enzovoort, zeik zeik zeik….het Existentialisme dus..

..constateren dat je eigen navelstreek geen levenslange inspiratiebron kan zijn, en daar vervolgens in blijven hangen. En die geestelijke stasis verkondig je dan vervolgens als algemeen geldend principe om je zelfbeeld op te vijzelen. Jezelf beter voelen door ‘Het Leven’ danwel God aan te klagen, als Job die zijn beklag doet.

Nu hebben we ook een Friese variant op deze filosofische stroming:  Het Fries Existentialisme, en de lijfspreuk ‘Je Mut Toch Wat‘, je moet toch wat, al klinkt dat meer Harlings. Feit: Leven is een gegeven paard dat je niet in de bek mag kijken. Feit: je moet toch iets doen om wat bezig te zijn. Uiteindelijk is ‘verveling’ ook maar ‘tijd over op het verkeerde moment’.

Zelfde Rypke, andere leeftijd, toen al wel een tobber

Nergens zin in hebben, Kierkegaard heeft er een aparte passage over geschreven: ‘gewoon geen zin’. Waar vaak geldt ‘de zin VAN het leven is zin IN het leven’. Omdat clichés vaak waar zijn. Gezondheid en inspiratie, een goed humeur et voila. Wie doet je wat als je kunt fluiten en zingen, zoals hier gisteren toen deze luchten overtrokken.

Zo las ik ook ooit ‘De Filosofie van de Verveling’ van Lars Svendsen, hoe moderne mensen de tijd doden tot hun dood. Eigenlijk is televisie kijken ook een soort ‘wachten op je dood’ met afstandsbediening. Want je maakt niets, voegt niets toe dat aan je bestaan herinnert, dat je met anderen kunt delen: wanneer we de lijfspreuk op de Alde Toer ‘libje foar en mei elkoar‘ even als gezonde tegenhanger eerbiedigen.

Zo heb je ook veel ‘wachtenopjedood’-werk, met name bij de overheid met haar ‘procesmanagers’ en ‘kwartiermakers’… Je parasiteert dan slechts op wat andere mensen produceerden, en verzint ingewikkelde taal om dat voor jezelf gunstig uit te leggen.

Het Middelzeeland

Je Mut Toch Wat, het is een harde realiteit.

Bij de meeste mensen is hun werk bijvoorbeeld hun hobby niet. Dus staan ze op met het ‘Maandagmorgengevoel’ en eindigen ze de week met ‘Thank God it’s Friday’ om na een weekendje bier en voetbal op tv weer van voren af aan te beginnen, met ‘Het Pensioen’ als horizon van ‘dan zijn we er af’.  Niet zelden is het huwelijk ook niet al te best.

Al die stille wanhoop om je heen, je zou er existentialist van worden…

Bij Interessante Tijden is werk tegelijk hobby, je leven. Al kun je mijn fotoreizen natuurlijk ook een beetje zien als ‘Je moet toch wat’, het reizen door het kloosterland.  Als koning van de scheve horizon, die zijn beelden later in de computer steeds moet corrigeren, meester in de Net-Niet-fotografie, en ‘Bijna’ is helemaal geen prijs. Voor eeuwig een belofte voor de toekomst met een vleugje miskend ‘genie’, danwel begrepen verliezer.

Waar ter wereld krijg je zulke luchten?

Hoeveel boeken zijn niet geschreven als grafmonumenten van ‘Je Moet Toch Wat’.  Zoals je ook ‘kunst omdat het moet’ hebt en ‘kunst omdat je toch wat moet’. Zoals de borduurwerkjes en klei-objecten van de Kunstgroep van post-menopauzale vrouwen van de buurtvereniging, Alte Fregatten waarvan de kinderen het huis uit zijn.

Zo kon je als jongeling met eerste bijbaantje in de Poeisz-supermarkt ook al die stille tragedies van gezinnen voorbij zien sjokken, vanuit het minachtend perspectief van de jongeling die het anders zou doen.

Meneer achter moeder de vrouw aanslenterend met z’n kratje Schuttersbier als lichtpuntje bij een avondje TV, en onvervuld verlangen gesust met berusting en alcohol. Als je daar niet opstandig existentialist van wordt, boos dat Het Leven mensen zo op kan eten…Hoe weinig mooie mensen er ook zijn, althans, in een Fries provinciestadje…

Al die vadsige lijven, lubberkonten, kinnelellen, gemakskapselvrouwen… Dat die ook het orgaan hebben waar je als pubertje van droomde in opgewarmde zin.

Zwette, restant van de Middelzee

Zwette

Misschien word je existentialist wanneer je levenslang de makkelijkste weg kiest. Terwijl je Man wordt door jezelf te overwinnen, als je eigen grootste tegenstander. Je neuroses, angsten, die Goliath die je bespot tot je het Goddelijke steentje weet te vinden dat je met een slinger z’n voorhoofd in slingert. En dan blijkt die reus het kleine mannetje te zijn dat je zelf eerst voelde te wezen.

Zo hebben we hier als grootste neuroot van het Noordelijk Halfrond ook de nodige robbertjes gevochten.. en als Søren lopen zeuren wanneer je het gevecht vermeed en meelij kreeg met jezelf. Je zou kunnen stellen: een normaal mens had er al lang een einde aan gemaakt. Dus danken we God niet normaal te zijn, zodat we het naar omstandigheden zo slecht niet doen.

Al kan het altijd beter natuurlijk in de Strijd om het Bestaan.

Hier wil je dood WEL liggen

Mocht de zandloper zijn doorgelopen, dan mogen ze me hier bij het wormenrestaurant van de Alde Toer wel te ruste leggen. Als je dan uiteindelijk toch dood moet, dan wil je toch vooral op zo’n magische plek liggen in It Heitelan. Zelfs voor dood liggen heeft dan zijn bekoring. Hoe kun je zo’n plekje veroveren?

4 Replies to “Het Fries Existentialisme: ‘Je mut toch wat’…”

  1. Een strijdlustige artikel over zelfoverwinning, bravo!

    Het is trouwens “Nietzsche” en nooit niet “Nietschze” zoals het artikel blijft volhouden. De ironie is dan ook nog dat de goede man ooit ook professor in de filologie was, maar dat terzijde.

    Dit artikel doet juist ook erg “Nietzschiaans” aan maar ook dat terzijde, het wiel kan uitgevonden blijven worden.

    1. Herman Aven, hartelijk dank. Ja die fout schrijf ik steeds, zo zit het in mijn hersens gegraveerd. Het is niet Nietschze, het is wel Nietzsche, als de kaft van mijn ‘Zarathoestra’ jou ook gelijk geeft kan het niet anders…

      En als het Nietzschiaans aan doet, vanzelf, maar dan hopelijk op een vitalistische manier, en vanwege zijn inzicht in menselijk zelfbedrog

Laat een reactie achter op Herman Aven Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *