‘…maar ik had De Liefde niet…’ (1 Corinthiers 13:13)

Zonder Liefde geen Leven

Op de Zondag geen profane boodschappen uit De Abdij, uw Studiecentrum voor Natuurlijke Historie, maar een Schriftlezing. Na een bruiloft op vrijdag de 13de, waar je met elkaar uit ontroering volschiet voor die twee dierbaren, dan is maar 1 Bijbelpassage natuurlijk de kraker, die je wilt meegeven voor nu en de rest van het leven: 1 Corinthiers 13:13.

Wat is ‘God’ nu, dan Degene die je hart en ziel tot het diepste roeren kan, de Liefde in persoon zelf, dat bitterzoete mengsel van diepste vreugde en verdriet verenigd tot iets hogers dan vreugde of verdriet alleen.

Dat wat boven ‘jezelf’ uitstijgt, als spiritueel dorpsplein of stadshart waar je ook ‘De Ander’ kunt ontmoeten, dat wat je de schoonheid van imperfectie doet zien, en het ‘nut’ van ellende.

De antieke Statenbijbel, voortaan Iedere Zondag

Paulus kon wel dichten en brieven schrijven!
Naast Psalm 23 (‘De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets’) is 1 Corinthiers 13:13 misschien wel de meest geciteerde Bijbel-passage. Hij komt uit de brief die Paulus naar de vroege christengemeente in het Griekse Corinthie stuurde. Volgens mij ligt dat nu in het Turkse deel van wat vroeger Griekenland was.

Die Paulus, die kon wel dichten en brieven schrijven… want als mensen bij bruiloften je al 2000 jaar blijven citeren.

Dan schreef je blijkbaar iets dat mensen in hun ziel raakte. Of dat later ook bij Andre Hazes gebeurt (‘De Glimlach van een kind, doet je beseffuuhh dat je leeft….’), het aardige van de Bijbel is dat je niet hoeft na te denken wat voor sociale status een tekst heeft. Of het wel ‘high brow‘ genoeg is…Geraakt in het hart zijn, je ziel, dat is een gave van God.

Is het oprecht, echt, zonder corruptie…. dat telt meer dan scherpzinnigheid of status.

De Bijbel van Ysbrechtum. Hij bleek ooit gestolen door een Gelders antiquair, maar een vrouw die ‘m uit een nalatenschap kreeg bracht de Bijbel weer terug

Van God Los? ‘De Wereld Verbeteren’? Nee, doe ons maar De Liefde
Juist in een maatschappij die ‘Van God los’ raakte, waarin je geen ‘verzorging’ meer hebt maar ‘De Zorg’… daar zou deze tekst van Paulus in de botte oren, afgestompte harten van managers, Sie Ie Ooo’s en miljardairs gestampt moeten worden, mensen die ‘voor God’ willen spelen en zo partij van De Tegenstander worden.

Omdat ze ‘De Liefde’ die boven jezelf staat verwarren met datgene wat die Liefde het meest in de wegzit: misplaatste eigenliefde, ego.

Want zij die De Liefde niet kennen of tot hun afgestompte hart toe willen laten, die willen Controle, Beheersing, Zekerheden, Postcode Loterij-miljoenen, miljardensubsidies om mensen om te kopen, naar je hand te zetten, miljardairs die ‘De Wereld Verbeteren’ ( = andere mensen manipuleren naar je karikatuur) als een gebalde vuist naar God.

Wat voor pretenties heb jij wel, wanneer je claimt ‘de wereld’, al die andere mensen ‘te verbeteren’. Het beter weten dan God.De Liefde vraagt juist die open hand om te ontvangen: Overgave. Met gebalde vuist ten Hemel ontvang je niet.

Een Bijbel met gravures van Gustave Dore

De Lul in het Lichaam van Christus
In 1 Corinthiers 12 schrijft Paulus over hoe de ‘Gemeente van Christus’ functioneert als 1 lichaam, waarin lichaamsdelen staan voor de verschillende talenten die ieder gemeentelid afzonderlijk heeft. Iemand moet daarin natuurlijk ook de lul zijn: die Brilsmurf die ‘gelijk’ meent te hebben en die daardoor misschien zaken wel ‘scherp’ kan zien en formuleren.

Maar die zo ook al te snel de essentie mist, dat wat tot het Hart en de Ziel van mensen spreekt, in plaats van enkel het verstand.

Want wat heb je aan ‘je gelijk’ als je- zoals Paulus schrijft- de dingen maar ten dele kunt zien. Pas bij God zien we ‘van aangezicht tot aangezicht’ in volmaaktheid. Tot die tijd past ook enige bescheidenheid. Zo kun je natuurlijk wel ‘gelijk hebben’, maar uiteindelijk toch de plank heel nauwkeurig misslaan. Het enige echte Oordeel is kortom aan God.

Wat is het mooi te zien, dat twee mensen die na een lange weg van hoogte- en dieptepunten tot elkaar zo kunnen groeien dat ze er nu echt voor elkaar zijn. Daarop moet God’s zegen wel rusten. Want je schiet er net zo bij vol als bij je ‘bekering’ tot het geloof, die aanraking van God’s liefde.

Vandaag- zondag lezen we uit de Bijbel

Geluk op een ongeluksdag
En daarover – die Aanraking- gaat dus ook 1 Corinthiers 13: 13, opgedragen aan de bruiloft op Vrijdag de 13de. Geluk op de spreekwoordelijke ongeluksdag, die historische verwijzing naar de dag in de 14de eeuw dat de Tempeliers door de Franse koning werden opgepakt, om op de brandstapel te eindigen.

Deze passage van Paulus, hij gaat over de kern van Het Leven…. die poel van ellende waarin je moet spartelen en watertrappelen, half verzuipen. Maar de zwempartij die je toch niet zou willen missen. Ook met dat diepe besef dat je ooit verdrinken zult, soms al met een slok water in je longen.

Zoals je van mensen ‘houdt’, ze wilt vasthouden in het besef ze ooit in dit Aardse dal van verdriet te moeten loslaten. Maar zonder die diepte, dan was er ook die piek niet om vanaf te jubelen:

Al ware het dat ik de talen der menschen en der Engelen sprak, en de liefde niet had, zoo ware ik een klinkend metaal of luidende schel geworden.

En al ware het dat ik de de gave der profetie had, en wist alle de verborgenheden en al de wetenschap,

en al ware het dat ik al het geloof had, zoodat ik bergen verzette, en de liefde niet had, zoo ware ik niets.

En al war het dat ik alle mijne goederen tot onderhoud der armen uitdeelde,

en al ware het dat ik mijn lichaam overgaf opdat ik verbrand zoude worden, had ik de liefde niet, zoo zoude het (zelfoffer RZ) geen nuttigheid geven.

De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; zij handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen;

Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad;

zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid;

zij bedekt alle dingen, zij gelooft (in de zin van ‘vertrouwt’ RZ) alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.

De Abdij,

De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieën, zij zullen te niet gedaan worden;

hetzij talen, zij zullen ophouden: hetzij kennis, zij zal teniet gedaan worden.

Want wij kennen ten deele en wij profeteeren ten dele;

doch wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal hetgeen ten deele is, te niet gedaan worden.

Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gezind als een kind, overleide (dacht ik, redeneerde RZ) ik als een kind;

maar wanneer ik een man geworden ben, zoo heb ik te niet gedaan hetgeen eens kinds was.

Want wij zien nu door eenen spiegel in eene duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht;

Nu ken ik ten deele, maar alsdan zal ik kennen gelijk ook ik gekend ben.

En nu blijft geloof, hoop, en liefde, deze drie: doch de meeste van deze is de liefde.

Jezus overwint de Dood

En vanwege die aanraking van De Liefde ben ik ongeveer 20 jaar geleden weer christen geworden, nu monnik van De Abdij. Om De Liefde in persoon Zijn Aanraking, die zelfde ervaring als toen mijn eerste neefje geboren werd. Die diepe doordringing van besef, de Heiligheid van het Leven. Die zelfde ontroering die boven jezelf uitstijgt.

Wij hoeven het offer dat Jezus al bracht niet te overtreffen, de wereldverbeteraar te spelen. Want De Liefde, het Allerhoogste is een genadegave. Iets dat je toekomt, niet iets dat je vastgrijpen kunt, of via omkoping, manipulatie, subsidie tot stand brengt. Alsof je gelooft, dat wat je ook maar gegeven is, door ‘jezelf’ tot stand kwam.

Je dankt immers je eigen geboorte al niet aan ‘jezelf’, je genetische makeup erfde je van je voorouders, het land waarin je leeft kwam door het handelen van anderen tot stand. Dus waarom die pretenties, je beroepen op iets dat er ten diepste geheel niet toe doet…Ego, kleine ik… als er iets zoveel mooiers en groters is dan dat.

Eucharistie, brood en wijn als lichaam en bloed van Christus.

Lieve mensen, mag de zegen van God jullie levens dragen, en Christus zich over jullie ontfermen opdat ook De Dood niet het laatste woord zal hebben. Maar dat we elkaar ook dan van aangezicht tot aangezicht mogen weerzien naar de woorden van Paulus van 2000 jaar geleden, zo actueel, en op de Weg daar naartoe elkaar tot Licht zijn in een wereld vol duister.

Mijn hoop en geloof is dat deze lul in het lichaam van Christus zo slaagt over te brengen wat de kale essentie is van zijn geloof:

De Liefde.

Zonder God, De Liefde in Persoon zijn we helemaal niets dan stof en pretenties… Heb een goede zondag!

5 Replies to “‘…maar ik had De Liefde niet…’ (1 Corinthiers 13:13)”

  1. Door schande en schade worden we spiritueel wijs……ja de onvoorwaardelijke Liefde!

    Hele mooie overdenking vandaag, dankjewel Rypke!

  2. Ja, mooi! Rypke. En ook:

    2 Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijn gedachten.

    3 Gij omringt mijn gaan en mijn liggen; en Gij zijt al mijn wegen gewend.

    4 Als er nog geen woord op mijn tong is, zie, Heere! Gij weet het alles.

    5 Gij bezet mij van achteren en van voren, en Gij zet Uw hand op mij.

    en ondanks dat mijn ouders hun uiterste best gedaan hebben om het leven van hun drie kinderen onmogelijk te maken, sadisten zijn niet altijd politici, ken ik dat gevoel dat David in zijn lied uitdrukt, gij kent mij!
    Ik geloof niet in een God ergens, ik geloof dat het kennen dat niet van het denken is, doch ook het denken omvat, dat dat kennen dus, God is. Niet daar, maar hier, niet moeilijk, maar uiterst simpel. Het is “als god willen zijn” dat een einde maakt aan het goddelijke dat je altijd al was. ergens maakt dat heel deemoedig.
    Liefde is niet iets gedkoops, maar je krijgt het wel mee, vaak is het bedekt met allemaal zogenaamd belangrijke dingen….

Laat een reactie achter aan Ken Geers Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *