Mijn criminele verleden in Amsterdam…

Veenhuizen

Fietsers fietsen in Amsterdam als spelende kinderen door de huiskamer. Een kamer bezaaid met speelgoedautootjes die je kan omzeilen, aan de kant zetten en afsnijden.Als incidenteel automobilist vind ik het daarom terecht dat de politie af en toe eens bij een kruispunt gaat staan om doorroodrijders te vangen. Bij de Ferdinand Bol was net nog een dodelijk ongeval dankzij een haastige fietser die te langzaam bleek voor snelverkeer.

Vooraanzicht gedetineerde

Maar dan sta je zelf rood voor een leeg kruispunt: een buitenkansje in deze jachtige wereld. ‘Ja, meneer stopt u maar’, hoor ik, en plotseling staat een fuik van agenten mij onvermijdelijk op te vangen. Ik gluur snel om me heen voor ontsnappingskansen. Maar bij een eerder rood stoplicht bleek dat de politie met agenten op fiets en in de auto achter je aan jaagt als een voortvluchtige crimineel. Toen moest mijn vriendelijke begripvolle babbel een dubbele bekeuring voor het negeren van een stopsein voorkomen.

Godver, 25 euro, zonde van het geld. Dat is twee nieuwe cd’s. Geobsedeerd door de zinloosheid van de bekeuring besluit ik dit keer een valse naam op te geven. “Kristian van Maurick, Kristian met ‘k’ en Maurick met ck”, Meneer de Agent. Mijn geboortedatum een maandje naar voren, een jaartje naar achteren en mijn eerlijke EO-glimlach moet alle twijfel bij de man in uniform wegnemen. Hebt u legitimatie? “Nee”. “Hebt u iets met uw naam er op bij u?” “Nee.”

Het lijkt lang goed te gaan tot de agent mijn gegevens wil natrekken. Lijk ik niet eerlijk meer? Dat was me nog nooit gebeurd terwijl ik Kristian al vaker te hulp had geroepen bij bekeuringen. Als een reddende engel kwam hij uit mijn verbeelding toegesneld en met strak gezicht en een waardeloos procesverbaal kon ik verder. Waarom, flitst het door me heen, vermoedt Oom Agent nu wel iets? Als dit te lang duurt ga ik fouten maken. “Wat voor sterrenbeeld heeft u?” vraagt een collega-agent. “Grote Beer”, glimlach ik nerveus, maar de agent kan mijn grapje niet waarderen.

Gevangen in Veenhuizen…

Plotseling willen ze ook mijn rijbewijs natrekken. Ik ben namelijk zo stom geweest om te zeggen dat ik een rijbewijs heb. Een aantal jaren geleden was ik zo trots dat ik dit roze papiertje haalde, dat ik het nog met dezelfde trots weer aan Oom Agent wil meedelen. Ja knap heh? Ik een rijbewijs. Rund. “Ja GBV kunt u nakijken op de naam Van Maurick met ck voor een rijbewijs, geboortedatum 27-6-1974” vraagt de agent door de portofoon.

Even later op het bureau word ik door twee agenten onzedelijk betast. Ze zijn op zoek naar scherpe voorwerpen, zeggen ze. “Heeft u iemand in de buurt die uw paspoort kan brengen?”, vraagt de aangetreden officier van justitie die mij sommeert mijn spullen af te staan. “Nee”, zeg ik dit keer naar waarheid. Ik geef mijn sleutels af en beland in een cel waar mijn criminele voorgangers hun inspiratie in een hardhouten bank hebben gekerfd. “fight tha powah’ komt vast van een boefje (benaming van Schelto Patijn voor draaideurcriminelen) uit linkse hoek.

De cel is een glazen aquarium met frisgroene dwarslatten, waar iedere agent die voor zijn pauze gaat naar binnen gluurt. ‘Kijk wat we nu hebben gevangen’ lijken ze te denken. Ook een andere ‘boef’ die zich niet kon legitimeren wordt achter glas gezet. Twee sloten schuiven ‘klikklik’ en de maatschappij is weer even van ons verlost. Ik probeer, zonder metalen voorwerp, ook maar iets met mijn nagels in de bank te schrijven, maar de lak blijkt nogal taai.

Veenhuizen

Het rondhangen in de glazen cel zonder lectuur dwingt mij tot het zoeken van een bezigheid. Het wordt gluren in de keuken van het politiebureau, die door de gang zichtbaar is. Als een etholoog die het gedrag van een diersoort observeert probeer ik te registreren wat de vijf man personeel daar nu de hele middag in zo’n hok doen.

Een gedreadlockte politiedame eet heel suggestief een banaan, beantwoordt een telefoontje, gluurt in een folder (een nieuwe vakantiebestemming?), pakt haar mobieltje, neemt plaats in de vensterbank, gaat daar een geanimeerd gesprek aan met de officier van justitie, die al tegen de vensterbank leunde, en gaat dan voor peukenpauze met mentholsigaretten.

De officier hangt, loopt rond, hangt weer tegen de verwarming, bemoeit zich met het zonnescherm, zet koffie, hangt weer en vindt een nieuwe gesprekspartner. De zon is weg en het scherm moet weer omhoog. Dit gaat zo nog een uurtje door terwijl het overige lid van de sterke arm zijn handen relaxed achter het hoofd houdt, de gezwollen buik ronddraaiend in de bureaustoel.

Met al het inwandelend en koffiedrinkend collegavolk is hier maar één conclusie mogelijk. Werken bij de politie is gezellig. In de uren dat ik op het bureau ben zijn 10 man/vrouwuren nodig voor een pot koffie, een paar bureaumeldingen, en vooral voor het bestendigen van de collegiale relaties. Ik word ongeduldig, duw op de bel en vraag of ze het lijk nu al gevonden hebben en ik naar huis kan. “Nee,” lacht een koffiedrinkende agent, “onze collega is nog steeds met uw zaak bezig.”

Alweer 3 jaar geleden in De Zwijger, Amsterdam

In de cel overvalt mij de blues door de lange zit op het hout. Ik ga liggen en voel mij even de gevangen moordenaar, die wacht op zijn definitieve aanklacht. Het enige wachten is nog op het vinden van mijn slachtoffer, waarmee het onvermijdelijke bewijs is geleverd. “Was dit uw vrouw”? Yeah I shot her down to the ground. (i caught her messin around with an other man)

Na al dit burgermansleed en twee uur toeschouwer te zijn van zware politiearbeid, eindelijk de verlossende twee klikken. Ik word op de beregende straat gedropt met twee gele briefjes in mijn hand en moet lopen naar mijn fiets. Die bleef op de crimescene achter toen een politie-escorte mij met knipperend zwaailicht meenam. Als ze maar niet uitvinden dat ik die fiets van een junk heb, flitst er nog door mij heen, want het merk fiets staat op het procesverbaal.

Op één middag drie delicten aan het licht en honderdtwintig euro lichter. Dankzij het stadsleven ben ik geen toonbeeld meer van Balkenendiaans fatsoen maar een doorsneepleger van kleine burgermisdaden. Toch weet ik dankzij mijn opvoeding het materiële verlies van deze middag wel protestants te relativeren: het is maar geld en ik ben weer een leerzame ervaring (en verhaal) rijker. Maar wat sta ik hier nu voor joker te wachten voor een leeg kruispunt…

Nu mijn zondebesef nog

One Reply to “Mijn criminele verleden in Amsterdam…”

  1. Ik had mazzel.Jat.. de brommer van mn pa een HMW of zoiets.Op mn net 16e.
    Werd door de politie staande gehouden met mn 1m.58. Of ik wel 16 was?!
    Mijn brutale snoet en antwoord was voldoende om een agent te laten grijnzen.
    Nah.. schiet maar op…
    Geen bon.
    Zo ging dat vroeger. (grijns).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *