…’het is geschreven in het boek des Oprechten’… (2 Samuel 1)

Tempelberg

Op de zondag geen profane boodschappen. Dan lezen we uit de Heilige Schrift en we vervolgen vandaag met de avonturen van David, zoals die opgetekend staan in de boeken van Samuel. Nadat koning Saul en zijn zonen op het eind van 1 Samuel zijn gesneuveld in de oorlog met de Filistijnen, begint 2 Samuel met een burgeroorlog om het koningschap over heel Israel.

De zoon van Saul, Isboseth en de veldheer van Saul, Abner strijden tegen David en zijn struikroversbende. Alleen de stam van Juda volgt David, de rest van de 12 stammen blijft het huis van Saul trouw. Maar uiteindelijk wint David de burgeroorlog en hij neemt de berg Zion in.

Illuminatie-tempel kijkt uit over Berchtesgaden, met het alziend oog uit de Gnostiek

Koningshuizen strijden met elkaar
Het Tweede Boek Samuel begint met een boodschapper die van het slagveld terugkomt, waar de Filistijnen Saul en zijn zoons in het nauw hadden gedreven. Op het eind van 1 Samuel lezen we dat Saul zich in zijn eigen zwaard wierp en stierf. Nu bleek Saul echter niet direct dood te zijn.

De boodschapper aan David was getuige hoe Saul in zijn spies/zwaard was gesprongen, maar de malienkolder had voorkomen dat hij meteen dood was. Er staat nu ‘Saul leunde op zijn spies’. Dus vraagt Saul aan ‘een Amelekiet’:

Sta toch bij mij en dood mij, want deze malienkolder heeft mij opgehouden; want mijn leven is nog gans in mij’.

De Amelekiet vertelt verder:

Zoo stond ik op en doodde hem, want ik wist dat hij na zijnen val niet leven zoude; en ik nam de kroon die op zijn hoofd was en het armgesmijde dat aan zijnen warm was, en heb ze hier tot mijnen heer gebracht.

Maar na in rouwklacht te gaan door ‘de kleederen te scheuren’, laat David de boodschapper van het slechte nieuws doodslaan. Omdat hij ‘de gezalfde des Heeren’ gedood had. Vervolgens is 2 Samuel een rouwklacht om Saul en zijn gevallen zonen, Jonathan in het bijzonder. Die was als vriend van David ‘mij zeer liefelijk, uw liefde was mij wonderlijker dan de liefde der vrouwen.’

Dit valkerij-evenement werd door Arabieren gesponsord. Die stonden niet toe dat er Tempelier-ridders met kruisen rond zouden lopen

Aan David’s handen geen bloedschuld
Vervolgens- als blijkt hoe schoon de handen van David zijn, hij heeft geen schuld aan Saul’s dood- kan de burgeroorlog om het koningschap dan over heel Israel beginnen. In 2 Samuel 2 krijgt David direct strategisch advies van boven van de Oppergeneraal:

En het geschiedde daarna dat David den Heere vraagde, zeggende: Zal ik optrekken in eene der steden van Juda? En de Heere zeide tot hem: Trek op. En David zeide: Waarhenen zal ik optrekken? En Hij zeide: Naar Hebron.

Daar zalven ‘de mannen van Juda’ David tot hun koning. Blijkbaar is er geen profeet nodig om dat zalven te doen, zoals Samuel dat eerder bij Saul en bij David deed. Of moet David overgezalfd worden, maar dan nu bij getuigen van zijn stam.

Tegelijk maakt de krijgsoverste van Saul, Abner, zijn zoon Isboseth op veertigjarige leeftijd koning over heel Israel, dus alle stammen. David blijft zeven jaar en zes maanden koning in Hebron. Vervolgens raken beide koningshuizen slaags met elkaar. (2 Samuel 15-17)

En de een greep de ander bij het hoofd en stiet zijn zwaard in de zijde des anderen, en zij vielen te zamen: daarom noemde men deze plaats Helkath-Hazzurm, dat bij Gibeon was. En daar was op dienzelfden dag en gansch zeer harde strijd, doch Abner en de mannen Israels werden voor het aangezicht der knechten David’s geslagen.

Knechten van David (Joab en Abisai) jagen vervolgens achter Abner aan, die zich vervolgens verschanst op een heuveltop met wat Bejaminieten. Die roept dan tot Joab:

Zal dan het zwaard eeuwiglijk verteren? Weet gij dan niet dat het in’t laatste bitterheid zal zijn? E hoe lang zult gij den volke niet zeggen dat zij wederkeeren van hunne broederen te vervolgen?

Dat voorstel lijkt Joab wel wat, hij blaast op zijn bazuin en zijn krijgsbende stopt met vervolging. De Bijbel meldt dat uit David zijn krijgsbende maar negentien man gemist werden. Terwijl onder Abner’s bende ‘driehonderd en zestig mannen er dood waren gebleven’.

Trudy bij de modernistische tempel van techniek

Burgeroorlog blijft aanhouden
Hoofdstuk 3 opent met de mededeling dat de burgeroorlog aanhoudt: “En daar was een lange krijg tusschen het huis Sauls en tusschen het huis Davids; doch David ging en werd sterker, maar die van het huis Sauls gingen en werden zwakker. De krijgsoverste Abner had zich ondertussen 1 van Saul’s vroegere ‘bijwijven’ eigen gemaakt. Daar word hij door Isboseth op aangesproken.

Maar hier blijken de gezagsverhoudingen al, want Abner wijst Isboseth er op dat hij zonder zijn militaire verdiensten niemand is. David laat ondertussen boden naar Isboseth zenden, omdat hij Michal terugwil, de dochter die hij van Saul had gekregen in ruil voor de bruidschat van 100 voorhuiden van geslagen Filistijnen.

Michal blijkt aan iemand anders uitgehuwd te zijn, maar die heeft pech gehad. (2 Samuel 16)

En haar man ging met haar, al gaande en weenende achter haar tot Bahurim  toe: toen zeide Abner tot hem: Ga weg, keer weder.

Abner probeert het nu met David op een akkoordje te gooien, ze ontmoeten elkaar met elk 20 man. Ieder het zijne, zo is min of meer zijn voorstel, en David laat Abner ‘in vrede’ gaan. Maar twee knechten van David, Joab en Abisai slaan Abner alsnog dood, ‘omdat hij hunnen broeder Asael te Gibeon in den strijd gedood had’. Dus als vergelding.

David distantieert zich openlijk van hun actie, hij wil geen bloedschuld:

‘ik ben onschuldig en mijn koninkrijk, bij den Here tot in eeuwigheid, van het bloed Abners, des zoons van Ner; het blijve op het hoofd Joabs, en op het gansche huis zijns vaders

Hij draagt iedereen op openlijk in rouw te gaan door de kleren te scheuren, en David vast tot de avond opdat ‘al het volk,en gansch Israel merkten te dien dage, dat het van den Koning niet was dat men Abner den zoon van Ner gedood had.’

De Lijkwade van Chritus in de Illuminati-tempel van Berchtesgaden

De dagen van Saul’s bloedlijn zijn geteld
Met Abner dood, is de weg vrij om ook van Isboseth af te komen. Enkele knechten van David vermoorden Isboseth in zijn slaap en houwen zijn hoofd af als trofee.

Dat brengen ze bij David in Hebron, maar opnieuw is die vermeend goede daad voor David ze noodlottig. Opnieuw wil David geen bloedschuld voor koningsmoord, dus laat hij de twee knechten doden, hun handen en voeten afhouwen en de lichamen in het openbaar tentoon gesteld ophangen. (2 Samuel 4:12)

Maar vervolgens komen de voormalige onderdanen van Isboseth nu wel bij David, om hem te vragen koning over ze te worden. (2 Samuel 5:1- 3). “Zie uw gebeente en vleesch zijn wij’, stellen ze en:

Alzoo kwamen alle oudsten Israël’s tot den Koning te Hebron,en de Koning David maakte een verbond met hen te Hebron, voor het aangezicht des Heeren en zij zalfden David tot Koning over Israel. Dertig jaar was David oud als hij Koning werd, veertig jaar heeft hij geregeerd: te Hebron regeerde hij over Juda zeven jaren en zes maanden, en te Jeruzalem regeerde hij die en dertig jaar over gansch Israel en Juda.

Vervolgens moet hij nog wel Jeruzalem innemen en de berg Zion veroveren.

En de Koning toog met zijne mannen naar Jeruzalem tegen de Jebusieten die in dat land woonden. En zij spraken tot David, zeggende: Gij zult hier niet inkomen, maar de blinden en kreupelen zullen u afdrijven, dat is te zeggen: David zal hier niet inkomen.

Maar David nam den burg Sion in: dezelve is de stad Davids.

Tempel van het Ecofascisme: WNF in Zeist

Strategisch advies van de Oppergeneraal tegen de Filistijnen
David breidt de stad en de burg uit, neemt zich een hele rij ‘bijwijven en vrouwen van Jeruzalem’. De Filistijnen krijgen vervolgens lucht van David’s koningschap en trekken op, ‘verspreiden zich over het dal Refaim.’ Dus vraagt David om strategisch advies aan de Oppergeneraal, de Heere, met wie hij een direct lijntje heeft.

En ‘die zeide tot David: Trek op want Ik zal de Filistijnen zekerlijk in uwe hand geven’.

Een brandhaard van Filistijnen in het dal Refaim weert zich nog. Dus vraagt David zijn Oppergeneraal de Heere ‘de welke zeide: Gij zult niet optrekken; maar trek om tot achter hen, dat gij aan hen komt van tegenover de moerbezienboomen.’

En het geschiede als gij hoort het geruisch van eenen gang in de toppen der moerbezienboomen, dan rep u, want alsdan is de Heere voor uw aangezicht uitgegaan om het heirleiger der Filistijnen te slaan. En David deed alzoo gelijk als de Heere hem geboden had, en hij sloeg de Filistijnen van Geba af totdat gij komt te Gezer.

Zo verenigt David dus militaire wonderdaden met de godsdienst van zijn volk. Beide zijn in het Oude Testament onlosmakelijk verbonden. Succes op het slagveld word je door ‘De Heere’ gegeven met zijn strategisch militair inzicht. Die verzwakt de vijand, legt ze panklaar neer. Zo is ook direct het contrast geschilderd met de door de Filistijnen gedoodde Saul.

…Oost Jeruzalem

Nu de Ark nog naar Jeruzalem krijgen
Vervolgens in hoofdstuk 7 laat David de Ark van het Verbond ophalen op een runderka:  ‘van Baalim Juda omvan daar op te brengen de Ark Gods, bij welke de Naam wordt aangeroepen, de Naam des Heeren der heirscharen die daarop woont tusschen de cherubs.’

Die Ark bevat een destructieve kracht, want zodra iemand zijn hand er naar uitstrekt om ongelukken te voorkomen (de runderen struikelen en de Ark wankelt) ‘ontstak de toorn des Heeren tegen Uzza, en God sloeg hem aldaar om deze onbedachtzaamheid, en hij stierf aldaar bij de Ark Gods’

David ‘vreesde den Heere te dien dage’, dus laat hij de Ark eerst even drie maande afkoelen bij iemand anders in huis. Als boodschappers melden dat het huisgezin waar de Ark verblijft ‘gezegend’ is, laat hij de Ark alsnog naar zijn eigen huis ophalen.

Dan komt eindelijk de passage die ik nog uit de Protestantse basisschool ken. David gaat vervolgens dansend de Ark vooruit, terwijl ze al offerend en muziek makend de Ark begeleiden. Dat doet David ‘omgord met een linnen lijfrok.’ Net als bij een Schotse rok is bij het al te uitbundig dansen dan je blote Joducus te zien.

Upstalsboom, monument Friese Vrijheid

David deelt aan het volk al het offervlees uit, iedereen krijgt een fles wijn mee. David danst, speelt en gaat terug om zijn ‘zijn eigen huis te zegenen’. Maar eenmaal thuisgekomen bij zijn vrouw Michal, krijgt hij de wind van voren:

‘Hoe is heden de Koning van Israel verheerlijkt, die zich heden voor de oogen van de dienstmaagden zijner dienstknechten heeft ontbloot gelijk een van de ijdele lieden die zich onbeschaamdelijk ontbloot!

Maar David zeide tot Michal: Voor het aangezicht des Heeren, die mij verkoren heeft voor uwen vader en voor zijn ganschen huis, mij instellende tot eenen voorganger over het volk des Heeren, over Israel- ja, ik zal spelen voor het aangezicht des Heeren.

Ook zal ik mij nog geringer houden dan alzoo, en zal nederig zijn in mijne oogen; en met de dienstmaagden waarvan gij gezegd hebt, met dezelve zal ik verheerlijkt worden.

Als afsluiter van dat verhaal, meldt de Bijbel dat Michal als straf kinderloos blijft. Zodat er van Saul’s huis geen nageslacht meer komt:

Michal nu, Sauls dochter, had geen kind tot den dag van haren dood toe.

En zo is de bloedlijn van Saul dus weggevaagd in de eerste zeven hoofdstukken van 2 Samuel. Dat krijg je als Koning Saul, wanneer je de militaire bevelen tot genocide van de Amalekieten van De Heere niet nauwgezet opvolgt. Dan kiest Hij een andere favoriet.

Upstalsboom

De tijd gaat ergens heen
Hoe meer je Bijbel leest, hoe wonderlijker het is dat dit boek van een woestijnvolk met hun eigen cultus tot basis van onze cultuur kon worden. Bedenk dat ‘Elohim’ als naam voor God een meervoudsvorm is. De Bijbel is een redactioneel werk van vele boeken, waarvan er ettelijke boeken niet zij opgenomen. Dat lees je ook in 2 Samuel 1:18. De redacteur schrijft dan over een ‘Boek des Oprechten’ waar een passage over David zou zijn beschreven die de dood van Saul en Jonathan beklaagt.

Als U mij vraagt ‘ben je gelovig’, weet ik ook niet wat ik daarop moet antwoorden. Als dat betekent ‘het voor waar aannemen van onwaarschijnlijkheden’ zal mijn antwoord uiteraard zijn: ‘neen’.  De snelste manier om van ‘geloof’ af te raken, is het veelvuldig lezen van de Bijbel zo ontdekte ik na bekering. Feilbaar mensenwerk. Dus heb ik er 20 jaar niet aangezeten.

Maar de realiteit is minstens zo onwaarschijnlijk als het idee dat een God 1 volk uitkiest, om daarmee de toon van de geschiedenis te kunnen zetten.

De realiteit is, dat een boekverzameling van een woestijnvolk met hun God, via de logistieke fundamenten van het Romeinse rijk zou worden verspreid tot aan de Germaanse volken. De Friezen werden in de achtste eeuw gekerstend. Het schijnt dat Karel de Grote bij zijn maatregelen tegen de Wenden (Saksisch volk) bij de slachtpartijen Koning David als voorbeeld nam.

Das war einmal

In de twaalfde eeuw (1168) waren Slavische volken op Rugen (Schiereiland boven Berlijn) nog ‘heidens’, voor ze met hun god Svantovit door een recent gekerstende Viking (Waldemar) een Viking-behandeling kregen. Pas in de 14de eeuw werden de laatste volken in Litouwen gekerstend, door het zwaard van Duitse kruisorden.

Met de combinatie van het Woord dat de geest verovert, en het Zwaard als extra zetje tegen onwillig vlees, kregen die volken zo een op ‘De Schrift’ gebaseerde cultuur met een lineaire tijdsopvatting. Dus dat de tijd van A naar B gaat. In plaats van dat de tijd als de seizoenen eeuwig rondjes draait, zoals in de Oosterse visie. De Bijbel rebelleert zo tegen de natuur.

We hebben zelfs een gekerstende tijd met het jaar 2021. Alsof gaat de tijd ergens heen. Wanneer je Bijbel leest, zie je dat de redacteuren tot het jaar nauwkeurig de lengte van een koningschap noemen. Ze doen steeds moeite om afstammingen te duiden, en de namen van plaatsen met belangrijke gebeurtenissen. De tijd doet er toe. We lezen dat David op zijn 30ste koning werd.

Jezus zijn bediening als ‘Koning’, dus gezalfde begon ook op z’n 30ste.

Dus wat is dan een betere definitie van ‘gelovig’: de ontzagwekkende mogelijkheid dat de wereld niet is zoals je op het eerste gezicht denkt, of uit eigen ervaring meent te weten. Het blijkt altijd weer anders te zijn dan je ‘dacht’, als je al dacht. Want er is een geestelijke wereld. En rond die geestelijke wereld is er maar 1 cultus, voor zover ik weet, die een historische tijdsopvatting kent.

Heb een goede zondag.

2 Replies to “…’het is geschreven in het boek des Oprechten’… (2 Samuel 1)”

  1. Weer mooi verhaal zo. Deze reflectie voor de niet-kerkgaande Christen is altijd een mooi rustmoment in de week. Ikzelf lees de laatste tijd de verhalen van Daniel en Openbaringen. Wie had gedacht dat de paus de antichrist zou zijn? 🙂

Laat een reactie achter aan Johan Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *